Epidemie 1826

Epidemie te Katwijk in 1826

Overlijden van Justus Hendrik Imthorn

Op 31 oktober 1826 overlijdt Justus Hendrik Imthorn te Katwijk aan den Rijn. Over de oorzaak van zijn overlijden waren geen bijzonderheden bekend dus ik ging ervan uit dat het zijn vergevorderde leeftijd (72 jaar) moet zijn geweest. Zijn zoon Johannes Imthorn en buurman Gerbrand van der Does geven het overlijden aan bij burgemeester Hummel.

Groninger Ziekte

Een krantenbericht over een grote ziektegolf in Groningen, die in de zomer van 1826 begon, trok mijn aandacht vooral toen werd verwezen naar een publicatie van de Groningse professor G. Bakker die onderzoek deed naar de oorzaak van deze volksziekte die al gauw de naam Groninger Ziekte kreeg. In zijn publicatie vermeldt professor Bakker dat ook het dorp Katwijk door een gelijksoortige ziekte is getroffen. In Groningen overlijdt tien procent van de bevolking aan deze ziekte. Net als tijdens de corona pandemie van 2020 worden evenementen afgelast en gaat de universiteit dicht. De winter van 1825/1826 was erg nat en in Groningen zijn daarbij ook dijken doorgebroken. Zoals die van het Reitdiep dat toen nog in directe verbinding met de zee stond. Grote stukken land kwamen onder water te liggen. Het jaar 1826 kent een warm voorjaar en een hete zomer. Het weer en de ondiepe plassen met brak water zorgen voor een perfecte broedplaats voor muggen en zo voor de komst van de malariamug. Pas in 1881 wordt ontdekt dat de malariamug de oorzaak van de Groninger Ziekte moet zijn geweest. Professor Bakker heeft gezocht naar het verband tussen de ziekte in Katwijk en de in 1807 geopende uitwatering van de Rijn in de Noordzee maar heeft daar geen aanwijzingen voor gevonden.

Leids Jaarboekje

In het Leids Jaarboekje van 1992 staat een artikel over de medische praktijk in de Katwijken 1600 – 1900 geschreven door J.P. van Brakel. Het artikel heet ‘Dokteren in een dorp’ en van Brakel schrijft dat er in 1826 twee artsen actief zijn voor de beide Katwijken (en het Zand). Dit zijn Prins en De Meijer en zij zijn niet opgewassen tegen de onbekende ziekte die hen overvalt. Op advies van een Leidse professor moeten de huizen uitgerookt (berookt) worden. Deze berokingen stuiten op veel weerstand en er worden ook geen resultaten mee geboekt. De heer van Brakel denkt dat het om tyfus gaat. De epidemie veroorzaakt grote armoede. De getroffenen worden door de Diaconie van de kerken ondersteund en ook door een speciale commissie die gelden uit Leiden ontving.

Gemeentearchief Katwijk

Het Gemeentearchief van Katwijk is sinds maart 2019 opgenomen in het Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO). De archief periode 1656 – 1931 van het Katwijks archief heeft het toegangsnummer 0401 en onder inventarisnummer 1914 met de titel Epidemie 1826 is het een en ander te vinden over de epidemie in de Katwijken en het Zand. In dit archief vond ik een aantal interessante stukken zoals de lijst van het maandelijks aantal overledenen in beide Katwijken en het Zand. Deze lijst toont de aantallen van de  afgelopen zes jaar en zo is er na juli 1826 een enorme toename van het aantal sterfgevallen te zien. De lijst gaat tot de maand oktober 1826 waarin 45 overledenen zijn geteld. Dat waren er in 1825 nog 14. De lijst is op 17 november 1826 naar de Provinciale Geneeskundige Commissie van Zuidholland gestuurd waarschijnlijk naar aanleiding van de circulaire van 7 november 1826 van de Gouverneur van Zuidholland waarin hij de gemeentebesturen erop wijst dat die ‘bestendig en bij voortduring’ de provinciale autoriteit én de Provinciale Geneeskundige Commissie moeten informeren. Die informatieplicht betekent dat de gemeentebesturen álle buitengewone voorvallen en omstandigheden van ziektes direct moeten melden. Gouverneur van der Duyn spreekt verder zijn bevreemding uit dat enkele plaatselijke besturen hier in gebreke zijn gebleven.

Brief van de provincie 7-11-1826

Brief van de provincie 7-11-1826 [ELO-toegangsnr. 0401, inventarisnr. 1914]

De Provinciale Geneeskundige Commissie bepaalt dat de huizen van de zieken ter genezing moeten worden ‘berookt’. Nu is niet iedere inwoner van Katwijk hier van overtuigd en een aantal ingezetenen weigert zich te laten ‘beroken’. Dat komt de Provinciale Geneeskundige Commissie ter ore en meldt dat de Gouverneur van der Duyn die vervolgens een pittige brief (dd. 27 november 1826) aan de burgemeester van Katwijk stuurt. Hij vindt dat het gemeentebestuur ervoor moet zorgen dat de getroffen  dorpsbewoners zich aan die ‘berokingen’ moeten onderwerpen. Aan het einde van zijn brief verzoekt van der Duyn de burgemeester de aanstaande donderdag om één uur te verschijnen op het kantoor van de Gouverneur te ’s Gravenhage om deze zaak te bespreken.

Brief van de gouverneur 27-11-1826

Brief van de gouverneur 27-11-1826 [ELO-toegangsnr. 0401, inventarisnr. 1914]

Een ander archiefstuk is de rekening van dokter Bernardus Prins. Hij heeft een opsomming gemaakt van alle patiënten die getroffen zijn door de ziekte en onvermogend zijn. Bij elke naam staat het bedrag voor de behandelkosten en onderaan het totaalbedrag van 442,30 gulden. Dit bedrag declareert de dokter bij de commissie die de ondersteuningsgelden verdeelt.

Lijst met zieken 1826 voor de declaratie van B.Prins

Lijst met zieken 1826 voor de declaratie van B.Prins [ELO-toegangsnr. 0401, inventarisnr. 1914]

Als je de lijst met zieken naast die van de volkstelling van 1826 (familysearch.com) legt is te herleiden waar  de getroffen personen wonen. De volkstelling registreert het huisnummer, de hoofdbewoner en het aantal bewoners per huis. Drie zieken wonen aan de Voorstraat (nu Rijnstraat) het zijn: Johannes Imthorn (de zoon van Justus Hendrik) (huisnr.119), Gebrand van der Does (huisnr.137) en Samuel Driebergen (huisnr.128). Ook Justus Hendrik Imthorn (huisnr.130), dokter Bernardus Prins (huisnr.116) en zijn vader Arend Prins (huisnr.129) wonen aan de Voorstraat. In het Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO) bevindt zich het origineel van de volkstellingslijst (toegangsnr. 0401, inventarisnr. 1300).

Dan vind ik een klein briefje van dokter Bernardus Prins. Hij schrijft dat naast de 72 zieken er nog een aantal zijn bijgekomen. Één van die zieken is Imthorn Senior. Dit moet Justus Hendrik zijn want hij is oudste Imthorn in het dorp. Het briefje is gedateerd 23 oktober 1826 en op 31 oktober van dat jaar overlijdt Justus Hendrik.

Briefje B.Prins met Imthorn Senior 23-10-1826

Briefje B.Prins met Imthorn Senior 23-10-1826 [ELO-toegangsnr. 0401, inventarisnr. 1914]

Bronnen

-Groninger Gezinsbode.

-De Volksziekte welke in het jaar 1826 enz., Professor G. Bakker

-Leids Jaarboekje 1992 (Dokteren in een dorp, J.P. van Brakel).

-Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO), Gemeente Archief Katwijk, Toegangsnummer 0401: periode 1656 – 1931, inventarisnummers 1300 en 1914.

-www.historievankatwijk.nl (Dik Parlevliet, kadaster- en huisnummers Katwijk en Valkenburg ZH).

-Familysearch.com/Zoekakten.nl.